Home Verhaal Fotoboek Discussiegroep

Nederlandse troepen
> Algemeen
> Kaderlijst Yssel-Zuid
> Personeelslijst 22 GB e.a. dec 1939

22 G.B.
St.-2-22 G.B.
1e s.-2-22 G.B.
2e s.-2-22 G.B.
3e s.-2-22 G.B.

St.-3-22 G.B.
1e s.-3-22 G.B.
2e s.-3-22 G.B.

1-III-35 R.I.
1e s.-1-III-35 R.I.
2e s.-1-III-35 R.I.

4-III-35 R.I.
St.-4-III-35 R.I.
1e s.-4-III-35 R.I.
2e s.-4-III-35 R.I.
3e s.-4-III-35 R.I.
4e s.-4-III-35 R.I.
5e s.-4-III-35 R.I.

Sectie van Battum, tweede lijn Sectie Fort (van der Hoeven) Sectie Scheepswerf (van der Kwast) Sectie Pors Sectie Veenendaal Commandopost Heijnen Secties 4-III-35 RI op kaart

11e Compagnie Pioniers
Zinkschepenversperring 8
 

Nederlandse troepen rondom Westervoort 1939/1940

Vanaf grofweg 1933 groeide in Nederland de zeer terechte vrees voor een zogenaamde strategische overval. In de militaire literatuur (Militaire Spectator) was een levendige gedachtewisseling op gang gekomen over dit onderwerp.

Duitse pantserwagens zouden binnen enkele uren kunnen zijn doorgestoten in de Vesting Holland; op dat moment het zwaartepunt van de nationale verdediging waar stand moest worden gehouden, grofweg de provincies Utrecht, Noord- en Zuid Holland. De Nederlandse verdediging was gebaseerd op een dienstplichtigenleger dat eerst moest worden gemobiliseerd om iets te kunnen verdedigen. Een dergelijke voltallige mobilisatie zou enige tijd vergen.

Nog voordat een dergelijke mobilisatie goed en wel op gang zou zijn gekomen, de inundaties waren gesteld of de munitie was uitgedeeld, was Nederland al verloren, zo was het angstbeeld. Men constateerde namelijk dat het Duitse leger juist bezig was zich te bekwamen in snelle acties met gemotoriseerde eenheden.

De algehele conclusie van de Nederlandse strategen was dat het land onbeschermd bleek te zijn tegen een snelle, strategische overval. Nederland moest daartegen beschermd worden. In het kader van die strategische beveiliging werden troepen vrijgemaakt, belangrijke bruggen bezet en ondermijnd, strategische plaatsen beveiligd. Zo werden in 1936 de rivierkazematten op het Fort Westervoort gebouwd, de bruggen ondermijnd, pantserhekken geplaatst en politietroepen op het Fort gestationeerd.

Vanaf 1935 kwam er een kentering in het politieke denken over defensie. Er kwamen meer gelden vrij. In 1936 werd het capitulantenstelsel ingevoerd waarbij een groter contingent van het lagere kader (onderofficieren) werd aangetrokken. In februari 1937 stelde Reynders een urgentieprogramma op, een soort verlanglijst van defensie. De Minister van Defensie had het programma geaccepteerd en zich daaraan geconformeerd. De herbewapening verliep echter niet erg voorspoedig. Er was een grote vraag naar wapens in heel Europa ontstaan en aangezien de meeste leveranciers in het buitenland te vinden waren, kwamen de leveranties niet erg op gang. Dat stagneerde nog meer toen Oostenrijk en Tsjecho-Slowakije werden bezet.

In februari 1938 haalden voorstellen de Kamer om meer kazernes te bouwen en de diensttijd te verlengen van 5 en een half naar 11 maanden. Verder werd het beroepskader uitgebreid.

Op 27 september 1938 werden de grenstroepen opgeroepen, toen Sudetenland werd geannexeerd door Duitsland. Korte tijd daarna vertrokken de opgeroepen grenstroepen weer naar huis.

Voorposten van zuidelijk deel IJssellinie mei 1940.

Op 7 april 1939 volgde opnieuw een oproep voor de grenstroepen, zo ook het ten oosten van Westervoort bivakkerende 22e Grensbataljon. Dit grensbataljon werd gevormd door de lichting 1938 van het 22e Regiment Infanterie, die na de militaire opleiding bij het 22e Depot Bataljon in haar garnizoenstad Ede werd ingedeeld bij de grenstroepen. 22e Dep.Bat. betrok met name dienstplichtigen uit het Westen en dan met name Rotterdam en omgeving. Het kader werd voornamelijk gevormd uit reserve officieren en dienstplichtige onderofficieren.

Op 29 augustus 1939 was de algemene Mobilisatie een feit. Alle lichtingen van 1923 tot 1938 werden opgeroepen. Ongeveer 280.000 mannen waren nu onder de wapenen, waaronder de mannen van het 22e Grensbataljon die al paraat waren, maar ook de militairen van het 35e Regiment Infanterie dat een taak kreeg langs het Zuidelijk deel van de IJssellinie.

35 R.I. werd bij mobilisatie (29 augustus 1939) geformeerd uit de oudere lichtingen van het 11e Regiment Infanterie.

Zuidelijk deel IJssellinie mei 1940.

In het voorjaar van 1940 zwaaide de lichting 1923 af, een aantal van hen bleef vrijwillig in militaire dienst. Tot 9 april 1940 bestond het vak langs de IJssel ten zuiden van de spoorlijn Arnhem – Emmerich tot aan de Rijn uit manschappen van 1-22e G.B. Deze compagnie werd organiek bij het 3e bataljon 35e R.I. getrokken en dus omgenummerd tot de 4e compagnie van het 3e bataljon 35 Regiment Infanterie (4-III-35 RI).

In veel rapporten en verslagen komt de benaming van 1-22 GB nog wel voor, maar daarvoor kwam op 9 april 1940 toch echt 4-III-35 RI in de plaats. Ten noorden van het vak 4-III-35 RI lag het verdedigingsvak van 1-III-35 RI waarvan de secties van Vaandrager en van Hurck.

Overzicht afstamming van Nederlandse infanterie regimenten 1939/1940.
1 2 3 4 5 6 7 8 Grenadiers Jagers
12 13 14 15 16 17 10 19 23 24
25 26 27 28 29 30 18 32
36 (12) 37 (13) 38 (14) 39 (15) 40 (16) 41 (17) 21 (7) 43 (19)
9 11 31 (7)
33 (9) 22 34 (10)
20 (9) 35 (11) 42 (18)
44 (20) 46 (22) 45 (21)
Zie ook: Oorsprong Infanterie Regimenten (www.grebbeberg.nl)
Gebruiksvoorwaarden Copyright 2014-201 J.F.D. Bruinsma, bijgewerkt op 21 december 2016